Je moet niet schrikken als ik zeg; ik heb een half jaar. Het is niet de bedoeling om je daarmee de stuipen op het lijf te jagen. Het betekent namelijk niet dat mijn leven daarna zal ophouden. Het is maar een constatering.

Voor de meeste personen betekent de constatering dat mijn leven na dit half jaar ‘gewoon’ weer doorgaat. Dat het nu even stilstaat. Tot ik daarna weer werk heb. Het is een kwestie van tijd… Voor andere mensen betekent mijn constatering een zee van mogelijkheden. Een oase van bedenktijd. Een kwestie van opnieuw beginnen…

Nu ben ik in de luxe positie dat ik die tijd kan en mag nemen. Ik kan een stap terug doen en mijn leven, zoals dat zo mooi heet, in ogenschouw nemen. Sta ik daar waar ik graag wil staan? En als het antwoord dan nee is; zal ik mijn leven in het komende half jaar aan kunnen passen waar nodig? Moet ik dat überhaupt willen?

Rondkijkend in mijn leven, verbeeld ik mij alles wat mij dierbaar is als de inrichting van een kamer. Mijn herinneringen zijn als kleurige behangetjes. Prachtige bloemen in stevige glazen vazen vertegenwoordigen mijn vrienden. Zachte, pastelkleurige tapijten zijn de familiaire banden. Glanzend gelakt hout met levendige noesten, stevig en robuust; de meubels met fantastisch gekleurde kleden zijn ons gezin. Warme wollige kussens liggen verspreid door de kamer als troostende armen. Een kamer om trots op te zijn en om te delen. Daar waar een Jugendstil deur open staat voor zij die mijn kamer respecteren. En waar een metalen kluisdeur de weg barricadeert voor hen die over mij of iemand uit mijn kamer heen willen walsen. Het geheel doet mijn hart gloeien.

Het gebouw waar mijn kamer in toebehoort vertoont echter haarscheurtjes. Haarscheurtjes met daarachter verborgen doorgangen naar andere kamers. Kamers met akelige, kille kleuren. Met onheilspellende boodschappen. Vol van situaties waar ik niet in wil verkeren. Zo heb ik als onderburen meneer en mevrouw Maatschappij. Door de haarscheurtjes in de betonnen gang zie ik het licht van hun kamer voortdurend branden. Een scherp blauwachtig licht met een onvermoeibare trilling, zoals van een tl-buis die zijn beste jaren heeft gehad. De familie Maatschappij; zij werkt en hij werkt en samen werken en werken ze. Zij zorgt dat alles betaald kan worden. Hopende dat de heersende partijen het allemaal netjes voor haar kunnen regelen. Hij spaart daarnaast voor hun oude dag en zorgt dat alles goed voor elkaar is, mocht het niet zo gaan zoals ze samen gewild en bedacht hadden. Een zeer zorgvuldig opgebouwde kamer dus. Met als klein – maar niet te onderschatten – nadeel dat bij een windvlaag uit onverwachtse hoek het gehele imperium van de Maatschappijtjes toch nog als een kaartenhuis in elkaar ploft. Een rokende berg gebakken lucht achterlatend. Waar ze samen, met de bouwtekening nog in de hand, beteuterd naar staan te kijken. Mevrouw Maatschappij staat er met een trillend lipje bij te stamelen.”Ik dacht toch echt dat ik het goed voor elkaar had… Ik deed precies wat iedereen mij voorhield om te doen en waarbij ze mij keer op keer verzekerden; dan gaat het goed komen.” Meneer Maatschappij probeert nog iets van zekerheid onder de puinhopen vandaan te peuteren. Zachtjes tegen zichzelf brommend: “Het was te mooi om waar te zijn… Denk dan toch ook zelf na.”

Het is mij niet vreemd. Ook ik heb menig maal gedaan wat men zei en het kaartenhuis zorgvuldig opgebouwd. Het spel meegespeeld. Want ook ik wilde denken dat het de juiste kaarten waren. Tot die onverwachtse wind. De tornado die ik allang vanuit mijn veilige woonkamer had kunnen zien aankomen. Daar waar ik mijn gordijnen voor sloot. Omdat het al enigszins tochtte. Zij liet mijn kaarten als een malle door de kamer stuiven. Maakte er een schouwspel van van jewelste. Welhaast een applaus waardig. Waarna ik als echte Hollander mijn schouders eronder zette en opnieuw begon. Niet klagen, maar handhaven. Hoewel de meeste kaarten aardig correct waren en velen daarvan nog enigszins bruikbaar bleken te zijn, had ik de Jokers niet herkend. En keer op keer zaten ze weer in mijn toren. Gniffelend en gnuivend. En als ik even niet keek bliezen ze honend richting de horizon. In afwachting van de volgende tornado.

Maar dit keer niet. Ditmaal heb ik andere kaarten. Zelf verzameld. Authentiek. En daar ga ik eens fijn mee bouwen. Ik speel mijn eigen spel. Kijken wat dat oplevert. Dus nee dank u. Ik pas. De volgende ronde mag even aan mij voorbij gaan. De Joker mag denken dat hij wint, omdat ik pas. Maar hij heeft mijn kaarten nog niet gezien… Ik hoop dat meneer en mevrouw Maatschappij ook zo wijs zijn.

Madelief